Movares
Intermobiliteit

Intermobiliteit

Het mobiliteitsnetwerk in Nederland is te veel versnipperd. We moeten toe naar een modern netwerk waarin niet het vervoermiddel maar de reiziger en zijn reis centraal staan.

Als je een reis maakt in deze dagen is de vaak gehoorde uitspraak ‘ik kon er maar moeilijk komen want het stond helemaal vast en ik kon mijn auto niet kwijt’. Of, als je ergens anders je koffie drinkt: ‘Dat is met de bus niet te bereiken. Dan ben je uren onderweg’.

Mensen denken vooral in vervoermiddelen en te weinig in hoe je op een bepaalde plek zou moeten of kunnen komen. Bovengenoemde autorijder had er heel snel kunnen zijn als hij maar (voor een gedeelte van zijn reis) de tram of de metro had gepakt. En die ov-reiziger had beter het laatste stuk met de auto kunnen gaan.

Het denken vanuit het reisdoel zou bij zowel de mobilist als bij de vervoer-/verkeerskundig ontwerper voorop moeten staan. Mensen reizen tenslotte pas als de moeite die ze voor een reis moeten doen minder is dan het nut wat ze zien in de aanwezigheid op een andere plek (de ‘wet van het reizen’). Dat nut kan daarbij zowel een eigen gekozen doel zijn als een opgelegde verplichting. Feitelijk zou de reiswet een integraal uitgangspunt moeten zijn bij het ontwerpen van netwerken en van de ruimtelijke structuur daaromheen.

De reiziger centraal!
Mensen willen zonder al teveel moeite ergens naartoe gaan. Een overstap leidt zo tot minder gebruik van een verbinding. Toch kan een overstap leiden tot een afname van de reistijd indien op vervoermiddelen met een hoge(re) kwaliteit voor dat traject wordt overgestapt en de overstap goed is georganiseerd. Maar dan moet wel de reiziger en zijn reis centraal staan.